Posts tonen met het label Bolivia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bolivia. Alle posts tonen

vrijdag 11 juli 2014

De Boliviaanse jungle

Ons avontuur in de amazone begon geheel op zijn Boliviaans. In wat eigenlijk een gezinsauto is, moesten we over modderpaden waar een 4x4 jeep nog moeite mee heeft naar het begin van onze pampastour gebracht worden. Onderweg passeerden we tientallen vrachtwagens, auto´s en bussen die vast waren komen te zitten in de modder en ook wij kwamen uiteraard vast te zitten. Hierdoor kwamen we uiteindelijk twee uur later gepland aan bij het begin van onze pampastour en waren we al compleet met modder besmeurd na onze herhaaldelijk gefaalde pogingen de auto uit de modder te duwen. 

Gelukkig ging het vanaf toen een stuk soepeler. We stapten in een gezellig bootje en werden door onze lieve gids Ovi naar onze jungle lodge gebracht. Onderweg zagen we meteen al aapjes, krokodillen en honderdduizend soorten vogels.






Op dag twee gingen we op zoek naar de anaconda, die ik nou niet zo per se wilde vinden omdat ik niet zo´n groot slangenfan ben. Maar na anderhalf uur door een moeras ploegen waarbij het water hoger kwam dan onze laarzen, wilde ik hem toch maar wel vinden want anders hadden we alles voor niets gedaan. Gelukkig werd onze zoektocht beloond en vonden we het gezellige diertje nadat iemand er per ongeluk bijna op stapte.  
Vervolgens gingen we door met het opvissen van mijn andere lievelingsdier: de piranha. Ik bleek fantastisch te zijn in babypiranha´s opvissen, maar ving geen grote. Een aantal anderen in ons bootje hadden meer geluk en mochten de piranha´s daarna tijdens de lunch opsmikkelen. 
Een dag later gingen we even verderop van waar we de piranha´s opvisten zwemmen met dolfijnen. Hoewel gids Ovi ons verzekerde dat er geen piranha´s waren, durfden we er toch niet in te springen, maar zodra de dolfijnen verschenen vergaten we de piranha´s en sprongen we er gauw in. Het waren er vijf en ze bleven meer dan een half uur met ons spelen en ze kwamen zo dichtbij dat we ze konden aanraken! Elke keer dat Charlotte en ik elkaar aankeken grijnsten we als gekken, zo blij waren we. Dit was zeker een van de hoogtepunten van mijn reis tot nu toe!

 









maandag 7 juli 2014

Death Road



´Wanneer is er voor het laatst iemand overleden?´ vroeg ik voor de grap toen ik me inschreef voor een mountainbiketocht op de Death Road. 
´Vorige week´, antwoordde de gids zonder een spier te vertrekken. 
Oh, top. 

In 2006 kwam men erachter dat er jaarlijks zo´n 500 a 600 mensen omkomen op de Yungas Road, die nu beter bekend is als Death Road. De eenbaansweg is 64 kilometer lang, heeft geen vangrails en er zijn kliffen van 600 meter hoog. Omdat reizigers nou eenmaal houden van een risicootje is het enorm populair om met een mountainbike naar beneden te scheuren.

Omdat ik wel graag mijn leven in eigen handen wilde hebben, ging ik voor het duurste bedrijf (Gravity) dat alleen maar mountainbikes gebruikt die minder dan een jaar oud zijn (en ze daarna aan de andere bedrijven verkoopt), zodat ik zeker wist dat de remmen goed zouden functioneren. En dat deden ze, ik heb het overleefd! 

Voor je Death Road opgaat oefen je alvast op een stuk met een normale weg en vangrails en dan is het tijd voor het echte werk en ga je de ruige Death Road op. Er zijn wel verhalen over toeristen die de klif afrijden en overlijden, maar die waren allemaal bezig met hun GoPro of camera, wat gewoon niet heel slim is als je steil naar beneden fietst op een weg zonder vangrail. Omdat ik zo gefocust was op zo hard mogelijk naar beneden scheuren zonder de klif af te fietsen vergat ik soms bijna om me heen te kijken naar de prachtige omgeving, maar gelukkig stopten we af en toe zodat we even om ons heen konden kijken. 

Eenmaal beneden proostten we op het feit dat de hele groep het overleefd had (al was er een onhandige Italiaan die drie keer aardig hard onderuit ging) en reden we veilig met de auto moe en tevreden terug naar het hostel. 


   











Uyuni

Na bijna een maand waardeloos wifi, zelfs in internetcafé´s, zijn we nu in Arequipa waar wifi het best wel aardig doet en kan ik dus eindelijk wat foto´s laten zien van onze driedaagse expeditie van San Pedro de Atacama, Chili naar Uyuni in Bolivia! 

Het was koud (-10, ook in de kamer waar we sliepen), maar zo zo zo mooi en gaaf. We zagen lagunes, geisers, een treinenkerkhof, heel veel lama´s en flamingo´s, de mooiste sterrenhemel ooit, zwommen in een natuurlijke heetwaterbron en stonden om vijf uur 's ochtends op voor de zonsopkomst op de uitgestrekte zoutvlakte. 

Van tevoren werden we door andere reizigers gewaarschuwd voor alcoholverslaafde of cokeverslaafde chauffeurs, maar die van ons was dat gelukkig niet. Wel viel hij tijdens het rijden een keer een slaap, maar gelukkig bevonden we ons op dat moment op de megagrote zoutvlakte en was het dus vrij onmogelijk om ergens tegenaan te rijden en na een duwtje tegen zijn schouder schrok hij wakker en bleef hij dat gelukkig ook. 














zaterdag 28 juni 2014

La Paz - niemand komt er heelhuids uit

De een wordt beroofd in een foute taxi, de ander al in de bus voor hij La Paz zelfs heeft bereikt.
De een heeft last van hoogteziekte en zij die dat niet hebben onderschatten hoe veel sneller je dronken wordt op deze hoogte (en hoeveel minder je dus moet drinken om niet twee dagen ziek in bed te liggen).
De een breekt zijn pols bij een val op Death Road, de ander laat zich verleiden door Route 36, de beroemde coke club in La Paz - maar 150 bolivianos voor een lijntje.
Krijg je dit allemaal niet dan krijg je waarschijnlijk voedselvergiftiging, of je nou goed op let of niet. 

Ook ik at iets verkeerds en kreeg gastroentiritus, oftewel buikgriep. De hele nacht moest ik overgeven en had ik diarree. 's Ochtends kwam de dokter naar het hostel en na een medisch consult in een hangmat gaf ze me een tas vol medicijnen. 

Na drie dagen vol medicijnen en slaap gaat het nu gelukkig weer wat beter. Ik kan langzaamaan weer wat binnenhouden (droge crackers, jeej) en zit niet meer de hele tijd dubbelgevouwen van de pijn in mijn maag. Gister ben ik onder begeleiding van Charlotte, die sinds La Paz overigens vreselijk loopt te hoesten, nog wel dubbelgevouwen naar Rurrenabaque in de Amazone gevlogen. Morgen beginnen we aan een driedaagse tour door de Amazone. 

Daarna vliegen we terug naar La Paz en hopen we diezelfde dag nog naar Copacabana te gaan (die in Bolivia, niet Brazilië). Hopelijk werkt wifi daar beter dan hier zodat ik eindelijk over mijn Uyuni, Sucre en Death Road avonturen kan vertellen! 

dinsdag 24 juni 2014

De mijnen van Potosí

In 1544 werden enorme hoeveelheden zilver ontdekt in de berg van Potosí, die vanaf toen Cerro Rico werd genoemd. Potosí werd een van de rijkste steden ter wereld. Nu is er weinig zilver meer over en werken de mijnwerkers onder erbarmelijke omstandigheden voor een hongerloontje (sommige verdienen maar 1400 bolivianos per maand, omgerekend zo'n 140 euro). 

Vrij snel nadat ik hoorde over de mijn, besloot ik dat ik daar sowieso niet naar binnen ging. Bijna al mijn nachtmerries gaan over vastzitten in een kleine donkere grot en de beschrijvingen van de Potosí mijn door anderen die erin waren geweest klonken precies als mijn nachtmerrie. 

Op de ochtend dat we van Potosí naar Sucre zouden vertrekken besloot ik toch te gaan. Ik was toch zeker niet gaan reizen om de bangeschijterd uit te hangen. Dus ik raapte mezelf bij elkaar, ademde een paar keer diep in en uit en gaf me op voor de trip naar de mijnen. 

We waren in totaal twee uur in de mijnen en werden rondgeleid door een oud-mijnwerker die ons alles vertelde over de mijnen, de manier waarop gewerkt wordt en de omstandigheden waarin de mijnwerkers werken. 

Er werken ongeveer 15.000 mannen in de mijn van Potosí. De hele economie van de stad leunt nog steeds op de mijn. Volgens de gids zullen de mineralen die ze uit de mijn winnen binnen 10 à 20 jaar helemaal uitgeput zijn en bovendien is er geen architect die zich bemoeit met het graven van de tunnels, dus er is een grote kans dat de hele boel op een gegeven moment gaat instorten. 15.000 mijnwerkers zullen dan hun baan verliezen en waarschijnlijk zal Potosí veranderen in een spookstad, of in een hele arme stad met extreem veel werkeloosheid. 

Tijdens de tour kwamen we regelmatig mijnwerkers tegen die ons vertelde wie ze waren, hoe oud ze waren en hoe lang ze al in de mijn werkten. De gids vertelde ons dat vanwege de aanwezigheid van arsenicum in de mijn, alle mijnwerkers binnen 10 à 20 jaar longkanker krijgen. Hierdoor worden de mijnwerkers nooit ouder dan 45 jaar. Op een gegeven moment kwamen we een jongen tegen die vertelde dat hij 15 was en al een jaar in de mijn werkte, omdat zijn vader overleden was vanwege het werk in de mijn en hij nu geld moest verdienen voor zijn familie. 

Je realiseren dat een jongen jonger dan je jongste neefje meer dan 40 uur per week onder de grond werkt om geld te verdienen voor zijn familie en dat hij binnen 20 jaar terminaal ziek zal zijn vanwege zijn werk is echt heel confronterend en het was moeilijk om niet ter plekke in huilen uit te barsten.

Hoewel het niet echt een vrolijk uitstapje was en ik ontzettend opgelucht was toen ik weer in de buitenlucht stond, ben ik toch blij dat ik gegaan ben, want een belangrijk onderdeel van reizen vind ik zien hoe de mensen echt leven. De wereld is nog lang niet waar het zou moeten zijn.